Onze werkwijze

De instelling, praktijk, POH of huisarts verwijst de cliënt naar ons Expertise Centrum. Wij zorgen ervoor dat er zo snel mogelijk een indicatiestelling wordt teruggegeven op basis van een specialistische intake en diagnostiek.

Tijdens het traject houden wij de verwijzer op de hoogte van de voortgang. Na afronding van de intake en diagnostiek ontvangt de verwijzer een zorgvuldig onderbouwde indicatiestelling.

Na de indicatiestelling kan er, indien gewenst, een overleg plaatsvinden met de behandelaar om eventuele vragen te bespreken. Daarbij kunnen wij behandelaren ook begeleiden bij het betrekken van de uitkomsten van de dynamische diagnostiek van de persoonlijkheid als leidraad voor de verdere behandeling.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om na zes of negen maanden een herbeoordeling (retest) uit te voeren. Hierbij kijken wij samen met de behandelaar naar de voortgang van de behandeling en naar eventuele veranderingen in de onderliggende dynamiek.

Hoe wij werken en waarom het werkt 

Wij werken in tweetallen aan iedere cliënt. Door deze werkwijze wordt de kwaliteit van de beoordeling vergroot en worden belangrijke nuances beter herkend. Dit niveau is onhaalbaar in de instellingen en veel praktijken

Onze intake en diagnostiek zijn gericht op het in kaart brengen van het volledige psychologische functioneren van de cliënt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar klachten of DSM-classificaties, maar naar de onderliggende persoonlijkheidsorganisatie, waaronder identiteitsintegratie, afweermechanismen, realiteitstoetsing en relationele patronen. Tevens worden weerstanden en overdrachtsreacties die zich al in de intake manifesteren meegenomen in de beoordeling. Deze structurele en dynamische diagnostiek maakt het mogelijk om tot een zorgvuldige en passende indicatiestelling voor behandeling te komen die wanneer deze als leidraad voor de therapie wordt meegenomen, het slagingspercentage aanzienlijk kan vergroten

De intake

De intake als structureel diagnostisch interview

De intake is een exploratief klinisch gesprek waarin de therapeut onderzoekt:

  • niveau van persoonlijkheidsorganisatie (neurotisch / borderline / psychotisch)

  • identiteitsintegratie versus identiteitsdiffusie

  • kwaliteit van realiteitstoetsing

  • dominante afweermechanismen

  • interpersoonlijke patronen

Dit is structurele diagnose 

2. Observatie van de relatie in het gesprek

De therapeut onderzoekt niet alleen wat de patiënt vertelt, maar ook:

  • hoe de patiënt de therapeut ervaart

  • hoe idealiserende of vijandige reacties ontstaan

  • hoe controle, wantrouwen of afhankelijkheid verschijnen

Dat zijn vroege overdrachtsmanifestaties.

3. Onderzoek van de innerlijke wereld

De intake richt zich op:

  • interne objectrelaties

  • representaties van zelf en ander

  • conflicten tussen agressie, afhankelijkheid en idealisering

4. Doel: behandelindicatie

De intake moet uiteindelijk duidelijk maken:

  • welk niveau van behandeling nodig is

  • hoeveel structuur de therapie moet hebben

  • welk type behandeling geschikt is (bijv. ondersteunend, interpretatief, TFP)


Diagnostiek

Wat gebeurt er na de intake?

  1. De intake levert een voorlopige structurele hypothese
    Onze diagnostiek gaat verder dan alleen de klachten in kaart brengen, we kijken naar de onderliggende persoonlijkheid organisatie en relationele patronen. De therapeut vormt een eerste oordeel over het niveau van persoonlijkheidsorganisatie en de dominante afweer.

  2. Vervolgdiagnostiek dient om deze hypothese te toetsen en te verfijnen.
    Aanvullende diagnostiek kan bestaan uit:

    • onderzoek om autisme te onderkennen en te classificeren

    • persoonlijkheidsdiagnostiek

    • projectieve methoden

    • observatie van interactiepatronen mocht deze afwijkend zijn

  3. Het doel is grotere diagnostische precisie.
    Niet om labels te verzamelen, maar om beter te begrijpen:

    • hoe de persoonlijkheid is georganiseerd

    • waar kwetsbaarheden en krachten liggen

    • welke behandelvorm het meest passend is.

Indicatiestelling

Indicatiestelling volgt uit de persoonlijkheids-organisatie

De centrale vraag is niet alleen wat iemand heeft, maar hoe de persoonlijkheid georganiseerd is.
Daaruit volgt:

  • welk type behandeling geschikt is

  • hoeveel structuur en steun nodig is

  • hoe de houding van de therapeut kan zijn om de hechting niet te frustreren.  

2. Vier factoren bepalen de behandelindicatie

  • niveau van persoonlijkheidsorganisatie

  • dominante afweermechanismen

  • kwaliteit van realiteitstoetsing

  • vermogen tot therapeutische samenwerking.

3. Behandeling moet aansluiten bij de structuur

  • De behandeling dient afgestemd te zijn op de persoonlijkheidsstructuur van de cliënt. Bij bijvoorbeeld een neurotische organisatie met sterke afweer is het van belang dat de behandelaar in staat is om op een passende manier te confronteren en de afweermechanismen zorgvuldig te bewerken.

    Wanneer uitsluitend op de klacht wordt behandeld, blijft de onderliggende dynamiek buiten beeld. Dit kan leiden tot verschuiving van klachten en uiteindelijk tot stagnatie of uitval uit de behandeling.

    Aanvullende dienst
    Wij bieden basispsychologen en GZ-psychologen gerichte training en begeleiding in het toepassen van deze werkwijze in de dagelijkse behandelpraktijk.

Waarom onze aanpak werkt

Wij werken met twee paar specialistische ogen tijdens de intake, diagnostiek en indicatiestelling. Door bevindingen en observaties onderling te toetsen, ontstaat een zorgvuldig en volledig beeld van de cliënt.

Verwijzers profiteren hiermee van de expertise van twee specialisten, ieder met meer dan dertig jaar ervaring. Deze werkwijze verhoogt de kwaliteit van de diagnostiek en zorgt ervoor dat direct helder wordt welke behandeling passend is en hoe een cliënt het beste geholpen kan worden.

Wanneer doorverwijzing nodig is, gebeurt dit direct aan het begin van het traject. Hierdoor wordt voorkomen dat cliënten eerst langdurig moeten wachten om vervolgens alsnog elders te worden geplaatst, of halverwege de behandeling moeten worden doorverwezen omdat de problematiek te complex blijkt, de behandelmethode niet passend is of de benodigde expertise ontbreekt.

Door vanaf het begin de juiste keuzes te maken, worden heraanmeldingen voorkomen. Dit draagt bij aan een efficiënter behandeltraject, kostenvermindering en het verkorten van wachttijden.


 

Unieke diagnostische aanpak

Onze werkwijze is gevormd door meer dan dertig jaar klinische ervaring. In die jaren hebben wij niet alleen gezien wat werkt, maar ook waar het in de praktijk misgaat — en daarvan geleerd.

Door voortdurende scholing, intervisie en supervisie hebben wij onze expertise verder verdiept en aangescherpt. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om deze kennis gericht in te zetten waar deze het meeste verschil maakt: aan het begin van het behandeltraject.

Daarom hebben wij ervoor gekozen onze expertise specifiek te richten op intake, diagnostiek en indicatiestelling — de fase waarin de juiste keuzes worden gemaakt en de basis wordt gelegd voor het verdere verloop van de behandeling.


Resultaten die u kunt verwachten

Wij streven naar samenwerkingen waarin beide partijen tot hun recht komen: u als verwijzer en wij als expertisecentrum. Alleen vanuit wederzijds vertrouwen en heldere afstemming ontstaat een effectieve samenwerking waar alle betrokkenen — en vooral de cliënt — baat bij hebben.